Het liedje als vertrekpunt
Wil je het nummer eerst horen? Ga naar Lekker Mezelf voor de clip en luisterlinks. In dit artikel draait het om een nieuw spelidee bij de muziek. Je hoeft de songtekst niet uit je hoofd te kennen en er is geen vaste choreografie die je moet leren.
Zet een stukje aan en luister met de groep. Vraag daarna: welke beweging zou jij bij deze muziek willen maken? Geef twee voorbeelden als de vraag te groot voelt. Een zwaai met één hand en een rustig stapje zijn al genoeg om te beginnen.
Werk met keuzes, niet met beoordelingen
Maak drie keuzerondes. In de eerste ronde kiest ieder kind tussen een grote of een kleine beweging. In de tweede tussen handen of voeten. In de derde tussen op de plek blijven of een klein stapje opzij maken. Laat genoeg vrije ruimte tussen de kinderen en houd de beweging binnen de eigen plek.
Je vraagt dus niet wie het beste danst. Je benoemt wat je ziet: iemand maakt kleine rondjes met de handen, iemand anders beweegt de schouders. Dat geeft de groep ideeën zonder kinderen op een ranglijst te zetten.
Kijken mag ook. Een kind dat de eerste ronde overslaat, kan de volgende keer aansluiten. Maak daar geen apart moment van. De muziek blijft voor iedereen beschikbaar.
Bouw een gezamenlijke reeks
Vraag twee of drie kinderen die dat willen om hun beweging te laten zien. Doe iedere beweging kort met de hele groep na. Zet ze vervolgens achter elkaar: eerst de zwaai, dan het stapje en daarna het schouderwiebelen.
Houd de reeks kort genoeg om zonder nadenken mee te kunnen doen. Wil iemand een beweging anders uitvoeren? Prima. Het idee is om elkaars keuzes te ontdekken, niet om allemaal exact gelijk te bewegen. Een zittende variant kan gewoon onderdeel van dezelfde reeks zijn.
Speel daarna een stukje muziek en probeer jullie combinatie. Vergeet je de volgorde? Begin bij de beweging die je nog weet. Daar hoeft niemand opnieuw voor te starten.
Een voorbeeld voor thuis of in de groep
Begin met luisteren. Laat daarna iedereen één beweging kiezen en oefen samen twee gekozen bewegingen. Dans één ronde op het liedje en eindig met de vraag: welke beweging wil je bewaren voor een volgende keer?
Deze volgorde past in een kort tussendoortje. Hoeveel tijd je eraan geeft, hangt af van de groep. Je hoeft er geen volledige les van te maken. Thuis kun je met z'n tweeën om de beurt iets verzinnen; in een klas laat je vrijwillige voorbeelden zien zonder een lange wachtrij te maken.
Niet ieder gevoel hoeft vrolijk te zijn
De titel is geen opdracht om altijd blij te doen. Wie vandaag liever rustig beweegt, hoeft geen grote glimlach op te zetten. Laat een eigen manier van meedoen bestaan. Zo blijft het een muziekactiviteit en wordt het geen gesprek waarin ieder kind iets persoonlijks moet vertellen.
Zoek je daarna een andere sfeer? Bij mijn eigen kinderliedjes vind je meer muziek. Voor een feest waarop we samen zingen en bewegen, bekijk je de kinderdisco met Blijwin®.